Reflectie op interview met 14-jarige jongen.
Voor een opdracht heb ik een interview gehouden met een jongen van 14 jaar, R, die momenteel niet naar school gaat en geen baan heeft. Hij heeft rechtse standpunten wat betreft politiek en bevindt zich in de manosphere. Ik was benieuwd of hij zich hiervoor zou openstellen. Ik ben me bewust van mijn eigen vooroordelen, want ik bevind mij op het linkse vlak wat betreft politiek en sta voor gelijke rechten voor iedereen.
Om het op een rij te zetten verschilt hij dus van mij op gebied van:
-Leeftijd
-Levensbeschouwelijke identiteit (visie op genderrollen, maatschappij etc.)
-Opleiding
-Gender
De vragen die ik heb voorbereid zijn:
-Hoe vind jij het om 14 jaar te zijn in de wereld van vandaag?
-Wat zijn de grootste voordelen ervan?
-Wat zijn de lastige dingen ervan?
-Heb je het gevoel dat er veel van jongeren verwacht wordt?
-Waar merk je dat aan?
-Zijn er invloeden van media in jouw leven?
-Denk je dat jongeren tegenwoordig meer of minder vrij zijn dan vroeger?
-Wanneer voel jij je het meest jezelf?
-Wat vind je belangrijk in het leven?
-Wat betekent respect voor jou?
-Is er iets waarvoor je je sterk zou willen maken in de wereld?
-Wat geeft jou hoop?
-Wat zou je willen veranderen aan de maatschappij waarin jongeren nu opgroeien?
Wat mij direct opviel was dat hij veel vragen moeilijk vond om te beantwoorden. Bij verschillende vragen bleef het lang stil of gaf hij korte antwoorden zoals "weet ik niet zo goed" of "daar heb ik nog nooit over nagedacht". In eerste instantie verraste dit mij, omdat ik verwachtte dat hij meer zou kunnen vertellen over zijn ervaringen en opvattingen. Naarmate het gesprek vorderde, realiseerde ik mij echter dat de vragen die ik stelde behoorlijk abstract waren en veel zelfreflectie vroegen.
Het gesprek maakte mij bewust van het feit dat niet iedere jongere gewend is om stil te staan bij onderwerpen zoals identiteit, maatschappelijke verwachtingen, hoop of de betekenis van respect. Vooral omdat deze jongen niet naar school gaat en weinig deelneemt aan maatschappelijke structuren zoals onderwijs of werk, leek hij minder vaak uitgenodigd te worden om over dergelijke onderwerpen na te denken. Toen ik hem vroeg over ‘wat vind je belangrijk in het leven?’ was zijn antwoord snel duidelijk: ‘geld.’ Ik herhaalde dit en zei: ‘en werk je nu ook?’ waarop hij antwoordde van niet. Hij vulde zijn antwoord hierna wel aan en vertelde me dat zijn familie en vrienden ook belangrijk voor hem zijn. Hier ging ik op in, ik vertelde op mijn beurt weer aan hem dat dat juist voor mij op nummer één staat. Ik vertelde over hoe verbinding voor mij heel belangrijk is en vroeg of dat bij hem ook zo was. Hij gaf aan van wel. Hij vond ook dat hij het best zichzelf kon zijn bij zijn vrienden.
Ik ervoer het als uitdagend om een dialoog te voeren met iemand die weinig sprak. Ik merkte dat een gesprek gemakkelijk kan veranderen in een vraag-en-antwoordmoment waarbij de ander alleen korte reacties geeft. Daarom probeerde ik actief ruimte te creëren door stiltes toe te laten, verduidelijkende vragen te stellen en aan te sluiten bij de antwoorden die hij wel gaf. In plaats van direct naar de volgende vraag te gaan, probeerde ik door te vragen op kleine opmerkingen die hij maakte. Ik gaf ook zelf voorbeelden bij vragen en gaf mijn eigen visie op deze onderwerpen. R vond het bijvoorbeeld moeilijk om antwoord te geven op de vraag: wat zijn de lastige dingen van opgroeien als 14-jarige in deze maatschappij? Ik vertelde dat ik het zelf toen ik 14 was heel lastig vond dat ik mezelf veel ging vergelijken met anderen en het voelde alsof het nooit goed genoeg was, want ik zag op social media veel mensen die er anders uitzagen dan ik.
Door vanuit zijn situatie te kijken, begreep ik beter dat hij mogelijk weinig gelegenheden krijgt om over dit soort vragen na te denken of hierover in gesprek te gaan. Ook besefte ik dat zijn dagelijkse realiteit anders is dan die van veel leeftijdsgenoten die naar school gaan en daar regelmatig worden uitgedaagd om te reflecteren op zichzelf en hun toekomst. Ik weet toevallig dat hij vooral rondhangt met zijn vrienden en wiet rookt. Dat verschilt heel erg van mijn dagelijks leven, ik ben nu naast werk, waar ik veel moet reflecteren en evalueren op handelen, ook bezig met deze minor, waarin er van mij gevraagd wordt dat ik veel dieper nadenk dan dat er van hem gevraagd wordt. Nu voelt het alsof er bij mij al meer aanleg is voor nadenken over diepere onderwerpen, ik ben veel bezig met het ontwikkelen van mijn mensbeeld en wereldbeeld, maar ik besefte me later dat hij daar helemaal geen ruimte voor heeft in zijn hoofd. Hij voelt de wereld als zo’n grote koepel die over hem heen hangt dat hij vlucht, waarbij hij zich dus wegtrekt in zijn kamer en niks doet. Hij voelt dus veel druk en tegelijkertijd weet hij niet wat hij moet doen of waar hij naartoe wil gaan in het leven. Ik vroeg door tijdens het gesprek over hoe hij de toekomst voor zich ziet en of hij een idee heeft waar hij naartoe wil, maar dit legt de vinger op de pijnlijke plek en hij gaf aan het echt niet te weten. Het gesprek liet mij zien hoe belangrijk het is om aan te sluiten bij de leefwereld van degene met wie je spreekt. Waar ik vooral geïnteresseerd was in zijn visie op de maatschappij, leek hij meer bezig met het hier en nu. Daardoor besefte ik dat een goed gesprek niet alleen afhangt van de vragen die je stelt, maar ook van de aansluiting tussen de vraag en de belevingswereld van de ander.
Het heeft mij geholpen om bewuster te worden van mijn eigen aannames en heeft mij laten ervaren hoe belangrijk perspectiefwisseling is. Door niet alleen vanuit mijn eigen verwachtingen naar het gesprek te kijken, maar ook te proberen de situatie door de ogen van de ander te zien, ontstond er meer begrip voor zijn reacties en zijn manier van communiceren. Een volgende keer zal ik beginnen met wat luchtigere vragen, om het gesprek op gang te laten komen en zodat degene waarmee ik een dialoog voer zich wat meer kan openstellen.
Wat mij het meest is bijgebleven, is dat het ontbreken van een antwoord ook betekenisvol kan zijn. Het liet mij zien dat zelfreflectie niet voor iedereen vanzelfsprekend is en dat sommige jongeren eerst veiligheid, vertrouwen en tijd nodig hebben voordat zij hun gedachten en gevoelens kunnen verwoorden. Ik vind het ook een mooie aanvulling op mijn mensbeeld dat de ‘rechtse jongens’ die ik zie als gevaar voor gelijkheid, eigenlijk heel kwetsbaar zijn als ze zichzelf zijn. R heeft zich niet zozeer geopend voor de moeilijke vragen die ik stelde, maar ik zag wel hemzelf, zoals hij echt is, en ik kon ook aan hem lezen dat hij het eigenlijk heel moeilijk vindt om uit te zoeken wie hij is en wat hij wil.