Portfolio — Merel Blankestijn-Huis
← Terug naar overzichtPortfolio · Merel Blankestijn-Huis

Leeragenda

Mijn leeragenda beschrijft de drie leerdoelen die ik voor mezelf heb geformuleerd aan het begin van de minor Filosofie, Wereldreligies en Spiritualiteit. Deze doelen zijn mijn leidraad gedurende de minor en helpen mij om gericht te reflecteren op mijn groei en ontwikkeling.

Leerdoel 1

Waarom wil je dit doel bereiken?

Op mijn werk en practicumplaats is het belangrijk om communicatieve competenties te beheersen in situaties met kinderen, collega's en ouders. Zeker met ouders en collega's wil ik soepeler een gesprek kunnen voeren. Ik merk dat ik zelf vaak onzeker ben in een dialoog en daardoor over mijn woorden struikel. Ik wil leren om rustiger antwoord te geven, eerst na te denken en zekerder te worden van mezelf in een gesprek.

Ik vind het spannend om initiatief te nemen in een gesprek, zeker in een groep. Ik heb vaak wel input, maar vind het lastig in te schatten wanneer ik iets kan zeggen en of het wel het juiste is. Ik wil graag leren wél dat initiatief te durven nemen en soepeler te communiceren.

Hoe maak ik het zichtbaar?

Het doel is bereikt als ik actiever in een gesprek in groepsverband kan praten.

Eindtijd

Week 13, minorweek 8.

Stappen en tijdpad

  • Dialogen oefenen op mijn practicumplaats met collega's, één op één in gesprek met collega's over werkgerelateerde zaken, maar ook luchtige gesprekken.
  • Oudergesprekken voeren van de kinderen van groep 7. Dit zijn 5 gesprekken.
  • Meegedaan aan werkcollege debat en dialoog. Dit begon met een passieve houding, ik was alleen aan het woord als een medestudent mij het woord gaf. Naarmate we wat langer aan het praten waren, durfde ik steeds meer mee te gaan in het gesprek. Naderhand vertelde mijn medestudent dat hij merkte dat ik steeds meer durfde. Hij gaf aan dat hij en een andere student vooral begonnen, en onze vierde medestudent en ik eindigden met meer aan het woord zijn. Dit vond ik fijne feedback.
  • In groepjes met medestudenten tussendoor durven kletsen.
  • In groepjes met medestudenten tijdens de lessen input durven brengen in een overleg.

Reflectie

Ontwikkeling per week tijdens het werken aan leerdoel 1.

Week 1

Na het opstellen van het leerdoel ben ik begonnen met dialogen oefenen met collega's, één op één. Dit lukt mij best goed, ik durf dan met zekerheid te communiceren. Ik merk wel dat ik als er meer collega's bij zijn toch sneller in een passieve houding ga. Ik luister dan liever actief mee dan dat ik zelf input breng.

Week 2

Tijdens de colleges luister ik vooral mee. Ik vond het eerste college ethiek heel interessant, daar durfde ik wel inbreng te geven. Op deze dag heb ik ook leuk contact gehad met medestudenten, ik voelde me snel op mijn gemak. Ik durfde ook steeds meer mee te praten en dat was in groepsverband. Enthousiast heb ik deze dag afgesloten.

Week 4

Afgesproken met mijn instituutsopleider dat ik de oudergesprekken van groep 7 ga geven. Dit is goed om de communicatieve vaardigheden te oefenen.

Fijn gesprek gehad tijdens de les Bibliodrama. Het was toen niet moeilijk om iets voor de groep te vertellen.

Week 5

Deze week zijn de oudergesprekken van groep 7. Ik heb er 4 gegeven, want een van de ouders heeft afgebeld. Ik vond het erg spannend om te doen. Bij de eerste twee gesprekken merkte ik dat de taalbarrière het lastig maakt om een soepel gesprek te voeren. Ik raak dan ook gelijk gespannen, omdat het niet zo goed lukt als dat ik in mijn hoofd had. Ik kom niet op woorden, weet niet wat ik precies moet zeggen en merk dat ouders het niet begrijpen. Mijn collega Janna heeft met deze gesprekken geholpen. De andere twee gesprekken waren heel fijn en lukten ook goed.

Op de studiedag durfde ik in groepjes initiatief te nemen in het gesprek. Ik voelde me toen ook competent. Het was een groepje van 4 mensen.

Week 6

De les debat en dialoog was erg nuttig voor mij. Ik heb hierin goed kunnen oefenen met initiatief nemen in een gesprek, en merkte dat dat steeds meer vanzelf en onbewust gebeurde. Ik quote nog een stukje van eerder in het kopje welke stappen ga ik nemen:

"Meegedaan aan werkcollege debat en dialoog. Dit begon met een passieve houding, ik was alleen aan het woord als een medestudent mij het woord gaf. Naarmate we wat langer aan het praten waren, durfde ik steeds meer mee te gaan in het gesprek. Naderhand vertelde mijn medestudent dat hij merkte dat ik steeds meer durfde. Hij gaf aan dat hij en een andere student vooral begonnen, en onze vierde medestudent en ik eindigden met meer aan het woord zijn. Dit vond ik fijne feedback."

Week 7

Heel veel kunnen oefenen tijdens de inspiratiedriedaagse in het klooster. Ik merkte zoveel verbinding met alle mensen om mij heen. De eerste uren ging ik expres in een passieve houding, het is een nieuwe situatie en de verwachtingen waren onduidelijk, maar ik werd steeds losser, ik kon het ook steeds losser laten. Ik heb met bijna iedereen gesprekken gevoerd, individueel of in een groepje. Ook aan de eettafels durfde ik te praten en ook initiatief te nemen. Ik merkte dat tijdens deze driedaagse iedereen waardering heeft voor elkaars input en dat vond ik een fijne realisatie. Ik durf ook te zeggen dat deze drie dagen, hoe heftig ze ook voelden, heel veel hebben betekend voor dit leerdoel. De vrijdag na de driedaagse merkte ik ook dat het vanzelf ging dat ik begon te praten tijdens de borrel op werk. Ik had het gevoel dat ik mocht delen, dat mensen dat oké vinden en niet als een last ervaren. Dit was heel fijn.

Week 8

Ik voel me erg op mijn gemak met mijn medestudenten. Ik ervaar ook veel enthousiasme. Deze week gaat mij goed af na de driedaagse. Ik neem mee wat ik daar geleerd heb. Mijn streven was om het leerdoel deze week af te ronden, te behalen. Ik denk dat dat voor wat ik heb geleerd gelukt is. Ik kijk terug op de eerste week en durf veel meer. Natuurlijk ga ik nog door met oefenen en leren, want je bent nooit uitgeleerd. Ik voel me nu wel competent in mijn communicatievaardigheden. Geïnspireerd door de inspiratiedriedaagse ben ik dus zeker!

Leerdoel 2

Waarom wil je dit doel bereiken?

Ik wil beter leren reflecteren op proces in plaats van product. Vanuit mijn opleiding ben ik heel erg gewend om te evalueren op product; zijn de lesdoelen behaald? Waar liggen hiaten?

De manier van reflecteren op het proces is iets wat ik nog niet vaak heb gedaan. Ik kijk daar wel eens naar bij leerlingen die vooruit gaan in hun ontwikkeling, maar nog niet de doelen behalen, of tijdens een creatieve les. Dat is eigenlijk tot nu toe het enige waar ik echt op proces kan reflecteren. Ik ben erg kritisch naar mezelf, maar zou meer willen leren kijken naar hoe ik een proces heb doorlopen in plaats van een streng doel zetten en dat moeten behalen. De afwisseling tussen op proces en product focussen is denk ik een mooie opening.

Waaraan kun je zien dat je je doel bereikt hebt?

Ik maak het zichtbaar dat ik het doel bereikt heb door in verschillende opdrachten en doelen te kunnen reflecteren op het proces. Dit doel kan ik zwart op wit laten zien, want ook na het werken aan dit doel moet ik reflecteren op hoe het proces is gelopen. Ik hoop te zien dat de reflectie op dit leerdoel ook verdiepend is dan de reflectie op het eerste leerdoel.

Eindtijd

Ik geef mezelf hier 8 weken voor, dus ik ga op 18 mei op dit leerdoel reflecteren.

Welke stappen onderneem je of doorloop je?

De stappen die ik van plan ben om te nemen:

  • Aan de hand van mijn traininsgvraag spiritualiteit neem ik elke dag even de tijd om te reflecteren op gebeurtenissen, welke emotie deze opriep bij mij, wat ik toen deed en waarom. Dit is een goede oefening om op proces te reflecteren.
  • Bij het reflecteren op de 7 competenties ga ik het proces af wat ik heb gedaan. Zo ben ik aan het oefenen op procesreflectie.

Tijdens het oefenen van dit leerdoel zal ik hier de procesbeschrijving verder uitbreiden.

Procesreflectie leerdoel 2 

    Dit leerdoel heb ik opgezet voor de tussenevaluatie van het portfolio. Tijdens het gesprek met Ingrid kreeg ik de feedback dat ik nog te veel op product evalueer in plaats van reflecteer op een proces en het proces beschrijf. Het leerdoel is passend en ik ben er bewust mee aan de slag gegaan. 

    Wat ik binnen deze 8 weken heb gemerkt is dat als ik een leerdoel aan het beoefenen ben, het vaak in mijn hoofd omhoog komt. Zo heb ik bijvoorbeeld ervaren dat reflectie voor alle ervaringen ingezet kan worden. Ik wilde leren hoe ik na een situatie de situatie op een reflecterende manier kan beschrijven, maar was ook bezig met reflecteren op situaties terwijl deze gebeurden. Zo had ik meerdere situaties waarin ik het gevoel kreeg geïrriteerd of boos te worden, maar zette ik een stap terug en reflecteerde ik op de situatie. Wat gebeurt er nu precies? Waarom voel ik mij hier zo over? Tijdens het werkcollege meditatie 2 van Radha ging ik een gesprek aan over kwetsen. Zij vertelde mij dat als je je gekwetst voelt, dat iets in jou raakt, en dat niet per se over de ander gaat. Het drukt op een pijnlijke plek en daar reageer je dan op. Met dit inzicht ben ik verder gaan leren. Het is voorgekomen dat ik me gekwetst voelde omdat een collega op mijn werk me aansprak op het uitdelen van brood na school, terwijl dat op woensdag niet de bedoeling is. Ik voelde me daar overstuur van. Toen dacht ik aan wat Radha me vertelde en zag ik in dat ik me onzeker voelde over het goed willen doen, en dat het hard aankomt als iets met alle goede bedoelingen juist niet de bedoeling is, en daar feedback op komt die aanvoelt als streng. Dit is een collega waar ik veel respect voor heb en ik weet dat hij dit niet bedoelde op de manier zoals het voor mij voelde. Ik ervoer het als fijn dat het me lukte om op dat moment te reflecteren op wat er gebeurde en hoe dat mij deed voelen, want dat relativeert de situatie. 

    Nu ik aan het reflecteren ben op de competenties moet ik goed bewust nadenken wat ik neerzet, zodat het geen evaluatie wordt. Dit ervaar ik als moeilijk, maar ik ervaar het ook als duidelijker dan voor de tussenevaluatie. Nu weet ik wat er van mij verwacht wordt. 

    Leerdoel 3

    Waarom wil je dit doel bereiken?

    Dit doel wil ik bereiken om zonder oordeel of gelijk op iemand in te gaan te kunnen luisteren naar en accepteren van een andere mening.

    Op globaal vlak ben ik hier best goed in denk ik, maar als over iets gaat dat mij raakt vind ik het moeilijker. Zeker met ethische kwesties merk ik dat ik er gefrustreerde emoties bij ga voelen of in de verdediging ga. Ik wil leren een stap terug te zetten en te accepteren dat een andere mening er mag zijn en ik die niet zomaar kan veranderen.

    Waaraan kun je zien dat je je doel bereikt hebt?

    Het doel is zichtbaar bereikt als ik niet gelijk in de verdediging schiet als iemand een mening deelt die mij emotioneel raakt. Ik laat het langs me heen glijden en luister naar een ander perspectief. Ik accepteer dat ik daar niet iets mee hoef te doen of stel mezelf open, misschien verrast het me. Een deel van het bereiken van dit doel is niet echt zichtbaar te zien, want dat speelt zich af in mijn hoofd, maar hoe ik reageer op die persoon is wel zichtbaar.

    Eindtijd

    Ik verwacht dat ik dit doel heb behaald rond 1 juni. Ik geef mezelf hier 2 maanden de tijd voor.

    Welke stappen onderneem je of doorloop je?

    De stappen die ik nu in mijn hoofd heb zijn:

    • Mezelf leren openstellen voor verschillende meningen.
    • Een open houding aannemen tijdens het luisteren in dialoog.
    • Opletten op ademhaling en acceptatie als ik gefrustreerd raak.
    • Eventueel aansluitend op het vorige punt even een ademhalingsoefening.
    • Verwoorden wat ik er bij voel zonder een oordeel te geven.
    • In gesprek gaan met mensen waarvan ik weet dat zij een andere mening hebben en ervaren hoe het is om dit zonder oordeel te kunnen doen. Juist onderzoeken wat ik erbij voel en of het mijn eigen perspectief zou kunnen aanvullen of (deels) veranderen.

    Procesreflectie leerdoel 3 

      Tijdens het verdiepen van de competentie hermeneutiek heb ik ontdekt dat deze competentie nodig is bij het werken in het onderwijs, zoals het begrijpen van mensen en situaties. Ik ben gedurende het proces in gaan zien dat ik hier dagelijks mee bezig ben als leerkracht in wording. 

      Ouders, collega’s en kinderen kijken vanuit verschillende perspectieven. Ik ben daardoor bewuster gaan nadenken over hoe ik betekenis geef aan gedrag. Ik weet dat ik bij kinderen altijd verder moet kijken dan het gedrag wat ik zie (wat zit erachter?) maar ben hier nu ook bewuster naar gaan kijken wat betreft ouders. ik ben geneigd snel conclusies te trekken, terwijl een hermeneutische houding vraagt om eerst te onderzoeken welke betekenis iemand aan een situatie geeft. Ik ben gaan nadenken over hoe belangrijk het stellen van vragen is om het perspectief van iemand anders te kunnen begrijpen. In oudergesprekken ben ik hier bewust mee aan de slag gegaan. Een voorbeeld hiervan is een ouder die naar mij toe kwam met dat haar dochter zo gepest werd in de klas en dat zij altijd het doelwit zou zijn. Ik zie haar dochter zelf in de klas en zie ook dat er van beide kanten uitgedaagd wordt, dus ik trek daarin snel een conclusie. Ik ben daarna gaan nadenken en begreep dat deze moeder een ander perspectief ziet waarin zij het gevoel heeft dat haar dochter het doelwit is van een andere leerling. Ik heb daarna een gesprek met haar gevoerd waarin ik heb uitgelegd dat ik snap dat zij zich zo voelt en dat het absoluut de bedoeling is dat haar dochter zich veilig voelt op school en dat wij er alles aan doen om dat te bieden. Ik heb daarna uitgelegd dat de leerling het nog moet leren om op zichzelf te letten en dat haar dochter uit onschuldigheid onhandige keuzes kan maken. Zus was ook bij dit gesprek en kon beamen dat het klopt dat de dochter zelf ook wel eens kan uitdagen. We hebben toen afgesproken dat we het goed gaan monitoren en dat er contact gelegd wordt waar nodig. Zo werd er rekening gehouden met alle gevoelens en perspectieven. 

      Voor een onderzoeksverslag wat ik moet afronden voor jaar 3 heb ik als vraag: ‘hoe kunnen we van curatief handelen naar preventief handelen (op gebied van gedrag van leerlingen in de klas)?’ Hierbij komt hermeneutiek gelijk naar voren, want om preventief te kunnen handelen is het belangrijk om gedrag te begrijpen. Als gezien wordt wat erachter zit, kan er preventief gehandeld worden. Zo is er bij gedrag bijvoorbeeld een relationeel aspect, waarbij het gedrag van de leerling beinvloed wordt door de leerkracht. Als de leerling brutaal is, wordt de leerkracht boos. Als de leerling faalangst heeft, kan de leerkracht geïrriteerd raken. Op deze manier kunnen specifieke interactiepatronen ontstaan die een zekere stabiliteit krijgen. Het gedrag van leerlingen heeft invoed op de leraar, maar het is ook zo dat kenmerken van de leraar de leerling beïnvloeden. De leraar-leerling interactie kan gezien worden als het product van de gecombineerde kenmerken van leraar en leerling. Beiden brengen hun kenmerken en dus hun gedrag in (Van der Wolf, 2011). Om preventief te handelen is het beheersen van de competentie hermeneutiek dus van belang. De afgelopen weken heb ik in de klas bewust nagedacht en gehandeld als er een gedragsvraag lag. Er was bijvoorbeeld een leerling die niet aan het werk ging. Ook na meerdere keren vragen deed hij het niet. Ik ben toen gaan nadenken en heb vragen aan hem gesteld zoals: ‘weet je waarom het niet lukt om dit te maken?’ of ‘wat heb je nu van mij nodig?’ Het bleek dat deze leerling het erg moeilijk vond om de sommen te maken en na samen overleg hebben we een rekenrekje en fiches gepakt. Ik ben ernaast gaan zitten en heb het uitgelegd. Na een aantal minuten heb ik gevraagd of de leerling het gevoel had dat hij verder kon en hij gaf aan dat hij dat kon. Zo heb ik door dieper te kijken waar gedrag vandaan komt, in plaats van alleen straffen als een leerling ongewenst gedrag laat zien, een oplossing gevonden voor het probleem. 

      Als conclusie wil ik aangeven dat ik merk dat ik na deze weken bewust om ga met gedragsvragen en contact met anderen. Bij elke situatie waarin het lastiger wordt, ga ik nadenken over hoe een ander er in staat.