De tussenevaluatie van het practicum geeft een beeld van mijn ervaringen en reflecties op de praktijkstage die onderdeel is van de minor Filosofie, Wereldreligies en Spiritualiteit.
Je toont dat je zowel mondeling als schriftelijk een kritische (meta)reflectie kunt uitvoeren met betrekking tot delen of het geheel van jouw minorontwikkeling.
Ik heb laten zien dat ik niet alleen kritisch kan reflecteren maar ook de positieve kant kan zien van eigen acties. Ik heb een document gemaakt waarin ik op alle competenties heb gereflecteerd. Begeleider vindt het document overzichtelijk, goed te lezen. Alles is mooi weergegeven via een website.
Je toont aan dat je feedback gericht en structureel in kunt zetten voor een leerdoel binnen de minor.
Reflecteren kan nog beter op proces dan op product. In overleg nieuw leerdoel geformuleerd.
Je toont dat je zowel mondeling als schriftelijk een kritische (meta)reflectie kunt uitvoeren met betrekking tot delen of het geheel van jouw minorontwikkeling.
Ik heb op mijn practicumplaats laten zien dat ik zowel mondeling als schriftelijk kritisch kan reflecteren op mijn eigen ontwikkeling. Waar ik tijdens de tussenevaluatie vooral sterk was in het beschrijven van resultaten en producten, heb ik mij in de tweede helft van de minor bewust gericht op het reflecteren op mijn leerproces. Door regelmatig stil te staan bij keuzes die ik maakte, uitdagingen die ik tegenkwam en de manier waarop ik hiermee omging, heb ik meer inzicht gekregen in mijn eigen handelen en ontwikkeling als professional. Ook heb ik mijn ervaringen op mijn practicumplaats kunnen gebruiken om te verwerken in de opdracht van Normatieve Professionalisering.
Je toont aan dat je feedback gericht en structureel in kunt zetten voor een leerdoel binnen de minor.
Ik heb feedback actief ingezet om mijn leerdoelen verder te ontwikkelen. Naar aanleiding van de tussenevaluatie heb ik een nieuw leerdoel geformuleerd waarin het reflecteren op het proces centraal stond. Gedurende de minor heb ik feedback van collega’s gebruikt om mijn reflecties te verdiepen. Hierdoor ben ik niet alleen beter gaan analyseren wat ik heb gedaan, maar ook waarom ik bepaalde keuzes heb gemaakt en wat ik daarvan heb geleerd.
Je toont aan dat je met een open en ontvankelijke houding dialogische en communicatieve vaardigheden beheert, waaronder open luisteren, open vragen stellen, creëren van een dialogische ruimte, verbindende opmerkingen tussen verschillende perspectieven maken.
Ik heb deze periode een verbetering laten zien in mijn communicatievaardigheden, door initiatief te nemen, me in te lezen over de vaardigheden en dat toe te passen in de praktijk. Initiatief is getoond door meer in gesprek te gaan met collega's om zich heen, bijvoorbeeld tijdens een overleg.
Je toont aan dat je verschillende gespreksmethoden (dialoog, levensbeschouwelijk/filosofisch gesprek, moreel beraad, socratisch gesprek, deep democracy, geweldloze communicatie) effectief in kunt zetten.
In deze periode heb ik oudergesprekken gevoerd met de ouders van groep 7. Hierbij is sprake van een dialoog. De andere gespreksmethoden wil ik nog naar voren laten komen door filosofische lessen te geven aan de leerlingen.
Je toont aan dat je met een open en ontvankelijke houding dialogische en communicatieve vaardigheden beheert, waaronder open luisteren, open vragen stellen, creëren van een dialogische ruimte, verbindende opmerkingen tussen verschillende perspectieven maken.
Ik heb mijn communicatieve en dialogische vaardigheden verder ontwikkeld binnen mijn practicumplaats op een speciale basisschool. Waar ik tijdens de tussenevaluatie bewust werkte aan het nemen van meer initiatief in gesprekken met collega's, heb ik dit gedurende de rest van de minor verder doorgezet. Ik heb actief deelgenomen aan overleggen, vaker vragen gesteld aan collega's en bewust geluisterd naar verschillende perspectieven. Hierdoor voelde ik mij zekerder in professionele gesprekken en merkte ik dat ik gemakkelijker verbinding kon maken tussen de standpunten van verschillende betrokkenen.
Daarnaast heb ik gewerkt aan een open en ontvankelijke houding. In gesprekken met collega's, leerlingen en ouders probeerde ik niet direct met een oplossing of oordeel te komen, maar eerst goed te luisteren en door te vragen. Door open vragen te stellen en ruimte te geven aan de ander, ontstonden waardevolle gesprekken waarin verschillende perspectieven zichtbaar werden. Dit heeft mij geholpen om situaties beter te begrijpen en effectiever samen te werken.
Je toont aan dat je verschillende gespreksmethoden (dialoog, levensbeschouwelijk/filosofisch gesprek, moreel beraad, socratisch gesprek, deep democracy, geweldloze communicatie) effectief in kunt zetten.
Ik heb ervaring opgedaan met verschillende gespreksvormen. Tijdens oudergesprekken heb ik bewust gebruikgemaakt van een dialogische houding, waarbij wederzijds begrip en samenwerking centraal stonden. Daarnaast heb ik in mijn contact met leerlingen elementen van filosofische gesprekken toegepast door leerlingen open vragen te stellen en hen te stimuleren om na te denken over verschillende antwoorden en perspectieven. Hierdoor heb ik ervaren hoe waardevol het is om een veilige gespreksruimte te creëren waarin iedereen zijn mening kan delen. Ook heb ik een moreel beraad gehouden, waarbij ik het als waardevol ervoer dat iedereen zijn/haar perspectief kon vertellen en uitleggen.
Je toont aan dat je jouw oordeel uit kunt stellen door eerst te willen begrijpen wat de ander bedoelt.
Door gesprekken te voeren met leerlingen over hun gedrag moet ik eerst mijn oordeel uitstellen en vragen naar waar dit vandaan komt. Welke emotie schuilt erachter? Wat was de aanleiding? Dagelijks worden er gesprekken gevoerd over incidenten of conflicten en ik ben hier vaak bij om het op te lossen. Daarbij moet ik een objectieve houding laten zien en nadat we elkaar begrijpen zoeken we naar een oplossing.
Je toont aan dat je met een onderzoekende houding ten opzichte van eigen beelden en beelden van anderen laat zien hoe die zich verhouden ten opzichte van andere perspectieven.
Ik voer meerdere gesprekken met zowel leerlingen als collega's over hun cultuur en religie. Hierbij neem ik een open houding aan, ik vind het interessant wat zij mij vertellen. Ik toon interesse door open vragen te stellen en verdieping te zoeken. Ik kan deze relateren aan andere perspectieven.
Je toont aan dat je jouw oordeel uit kunt stellen door eerst te willen begrijpen wat de ander bedoelt.
Ik heb mij verder ontwikkeld in het begrijpen van verschillende perspectieven en het bewust uitstellen van mijn eigen oordeel. Binnen mijn practicumplaats op de basisschool kreeg ik regelmatig te maken met situaties waarin leerlingen betrokken waren bij conflicten of ongewenst gedrag vertoonden. In plaats van direct een oordeel te vormen, heb ik geleerd om eerst te onderzoeken wat er achter het gedrag schuilgaat. Door vragen te stellen over gevoelens, ervaringen en de aanleiding van een situatie, kreeg ik meer inzicht in het perspectief van de leerling. Hierdoor kon ik objectiever naar situaties kijken en samen met de betrokkenen zoeken naar een passende oplossing.
Je toont aan dat je met een onderzoekende houding ten opzichte van eigen beelden en beelden van anderen laat zien hoe die zich verhouden ten opzichte van andere perspectieven.
Ik heb mijn onderzoekende houding verder ontwikkeld door actief in gesprek te gaan met leerlingen, ouders en collega's met verschillende culturele en religieuze achtergronden. Ik heb bewust ruimte gemaakt voor hun verhalen, ervaringen en overtuigingen. Door open vragen te stellen en aandachtig te luisteren, heb ik mijn begrip van andere perspectieven vergroot. Deze gesprekken hebben mij geholpen om mijn eigen denkbeelden kritisch te bekijken en te ontdekken hoe deze zich verhouden tot de opvattingen van anderen.
Ik merkte dat ik steeds beter in staat was om verschillen niet direct te beoordelen, maar eerst te proberen te begrijpen. Ik heb geleerd dat achter ieder standpunt, gedrag of overtuiging een persoonlijke ervaring of context schuilgaat. Door hier nieuwsgierig naar te zijn, ontstond meer wederzijds begrip en kon ik situaties vanuit meerdere invalshoeken bekijken.
Je toont aan dat je bewust bent van eigen inspiratiebronnen, drijfveren en hoe die jou persoonlijk en professioneel in beweging zetten.
Ik heb in het gesprek met mijn begeleider benoemd wat mijn inspiratiebronnen en drijfveren zijn. Dit heb ik aan de hand van het levensbeschouwelijk portret en de reflectie van de competenties gedaan.
Je toont aan door ervaringen in de minor (o.a. werkcolleges) hoe jouw spiritueel (om)vormingsproces verloopt en hoe dit spiritueel bewustzijn (dat de mens onderdeel is van een groter geheel) verbonden is met jouw persoonlijk en professioneel handelen.
Ik heb na de hoorcolleges meer begrip gekregen voor hoe religie zich kan uiten. Dit zie ik in de praktijk terug, door bijvoorbeeld leerlingen die meedoen aan de Ramadan, en hoe belangrijk dit voor ze is. Ik ben meer in gesprek gegaan met de leerlingen over hoe ze dit ervaren. Ook heb ik na het Suikerfeest gevraagd aan verschillende leerlingen hoe zij dit gevierd hebben. Uit de werkcolleges neem ik mee dat ik nu bewuster handel, ik denk eerst na voordat ik handel of kan reflecteren op wat er is gebeurd en het anders doen.
Je toont aan dat je bewust bent van eigen inspiratiebronnen, drijfveren en hoe die jou persoonlijk en professioneel in beweging zetten.
Ik ben mij bewuster geworden van mijn eigen inspiratiebronnen, drijfveren en de invloed daarvan op mijn persoonlijk en professioneel handelen. Een belangrijk onderdeel hiervan was het werken aan mijn trainingsvraag rondom spiritualiteit. Hierbij heb ik geleerd om mij meer open te stellen naar anderen en mijn eigen ervaringen, gevoelens en emoties te delen. Waar ik voorheen soms geneigd was om gedachten en gevoelens voor mezelf te houden, heb ik ervaren dat openheid kan leiden tot meer verbinding, begrip en vertrouwen binnen een groep.
Door verschillende werkcolleges en reflectiemomenten ben ik mij bewuster geworden van wat mij drijft als persoon en als toekomstig leerkracht. Waarden zoals respect, verbinding, begrip en harmonie spelen hierin een belangrijke rol. Ik merk dat deze waarden richting geven aan de manier waarop ik met anderen omga en hoe ik reageer in uitdagende situaties.
Daarnaast heeft mijn spirituele vormingsproces mij geholpen om bewuster stil te staan bij gebeurtenissen en mijn eigen reacties daarop. Ik heb geleerd om in situaties die emoties oproepen eerst een stap terug te zetten en te reflecteren op wat er gebeurt, zowel bij mezelf als bij de ander. Door niet direct vanuit emotie te reageren, maar eerst bewust waar te nemen en na te denken over mijn handelen, ben ik beter in staat om op een rustige en vreedzame manier actie te ondernemen. Dit helpt mij zowel in mijn persoonlijke leven als binnen mijn werk op de basisschool, bijvoorbeeld in gesprekken met leerlingen, collega's of ouders.
Je toont aan door ervaringen in de minor (o.a. werkcolleges) hoe jouw spiritueel (om)vormingsproces verloopt en hoe dit spiritueel bewustzijn (dat de mens onderdeel is van een groter geheel) verbonden is met jouw persoonlijk en professioneel handelen.
Gedurende de minor ben ik gaan ervaren dat mensen onderdeel zijn van een groter geheel en voortdurend invloed hebben op elkaar. Deze bewustwording heeft ervoor gezorgd dat ik meer aandacht heb voor de verbinding tussen mezelf en anderen. Ik zie steeds beter hoe mijn houding, woorden en gedrag invloed hebben op mijn omgeving en hoe ik vanuit mijn eigen waarden positief kan bijdragen aan die omgeving.
Daarnaast ben ik begonnen met meditaties en yogahoudingen te ervaren met mijn klas. Ik geef vrijdag het interessevak ‘meditatief dansen’ en daarbij zet ik de stof in die ik heb geleerd in de werkcolleges. Ook mediteer ik regelmatig tussen de lessen door met de leerlingen of voeren we yogahoudingen uit.
Je toont aan dat je (kunst)uitingen van (andere) levensoriëntaties kunt herkennen, benoemen en kunt plaatsen in hun eigenlijke context. Bovendien kun je uitdrukken hoe jij jezelf ertoe verhoudt, en ermee verbindt (in woord en/of andere uitdrukkingsvorm).
Ik ontwerp en bedenk de opdrachten voor beeldende vorming. Dit komt uit de thema’s van wereldoriëntatie. De opdrachten pas ik aan op hun belevingswereld en levensoriëntatie.
Je kunt jezelf in beeld, vorm, creatie uitdrukken (bijvoorbeeld met betrekking tot ontwikkeling in andere competenties.)
Ik kan me vanuit mijn inspiratiebronnen zelf uitdrukken. Vaak doe ik dit thuis. Op werk maak ik vaak een voorbeeld van de knutsels van die week. Ook ontwerp ik beelden voor de wereldoriëntatielessen. Ik geef ook graag creatieve lessen. Daarbij kies ik een creatie die bij mij en de kinderen past.
Je toont aan dat je (kunst)uitingen van (andere) levensoriëntaties kunt herkennen, benoemen en kunt plaatsen in hun eigenlijke context. Bovendien kun je uitdrukken hoe jij jezelf ertoe verhoudt, en ermee verbindt (in woord en/of andere uitdrukkingsvorm).
Ik heb ervaren dat esthetiek niet alleen gaat over kunst, maar ook over de verschillende manieren waarop mensen betekenis geven aan hun ervaringen, overtuigingen en levensbeschouwing. Door de verschillende opdrachten en werkcolleges heb ik kennisgemaakt met uiteenlopende kunstuitingen en creatieve vormen van expressie. Hierbij heb ik geleerd om deze uitingen te herkennen, te benoemen en te plaatsen binnen de context waarin zij zijn ontstaan. Ik heb ontdekt dat kunst, muziek, beeld en andere creatieve uitdrukkingsvormen vaak verbonden zijn met persoonlijke verhalen, culturele achtergronden en levensbeschouwelijke overtuigingen.
Daarnaast heb ik geleerd om bewust stil te staan bij mijn eigen relatie tot deze uitingen. Door te reflecteren op wat bepaalde kunstvormen, beelden of creatieve opdrachten bij mij opriepen, kreeg ik meer inzicht in mijn eigen waarden, gevoelens en perspectieven. Hierdoor kon ik niet alleen waardering ontwikkelen voor de uitingen van anderen, maar ook verbinding leggen met mijn eigen ervaringen en overtuigingen.
Je kunt jezelf in beeld, vorm, creatie uitdrukken (bijvoorbeeld met betrekking tot ontwikkeling in andere competenties.)
Binnen de minor heb ik mijzelf ook op creatieve wijze uitgedrukt. Door middel van verschillende opdrachten heb ik mijn ontwikkeling zichtbaar gemaakt in beeld en vorm. Ik heb dit meegenomen naar mijn practicumplaats en heb daar samen met de leerlingen gewerkt aan creaties maken. Hierbij heb ik ervaren dat sommige inzichten en gevoelens moeilijk onder woorden te brengen zijn, maar wel zichtbaar kunnen worden gemaakt door middel van een creatieve uitdrukkingsvorm. Ik ervoer de creatieve lessen als waardevol. Zo heb ik bijvoorbeeld dans gecombineerd met meditatie. Ik heb ook met de kinderen geschilderd op gevoel. Dit hebben we bij de inspiratiedriedaagse gedaan. De leerlingen vonden dit best lastig in het begin, maar ze werden er ook enthousiast van.
Je toont aan dat je een moreel dilemma kunt herkennen en hoe jij jezelf gefundeerd vanuit een ethische positie positioneert.
Op school is er veel sprake van racisme. Dit keuren we absoluut niet goed en we handelen ook vanuit een burgerschapspositie. In de praktijk hoor ik vaak ongepaste opmerkingen, bijvoorbeeld over huidskleur of afkomst. Het is dan aan mij om in gesprek te gaan met deze leerlingen en te vragen waarom ze dit zeggen. Dan leg ik uit wat het betekent en wat het kan doen met een ander. Ik hoop dat ik ze zo inzicht geef en dat ze bewustere keuzes maken.
Je toont aan dat je de waardenoriëntaties in de persoonlijke, professionele en maatschappelijke dimensie (= normatieve (waardenbewuste) professionalisering) onderling kunt verbinden en kunt verbinden met keuzes in de beroepspraktijk.
Empathie en geduld vind ik heel belangrijk. De leerlingen hebben niet allemaal een veilige of fijne thuissituatie en het is belangrijk om verder te kijken dan het gedrag op eerste gezicht. Dit doe ik door empathisch te reageren op leerlingen, geduldig te blijven en voorspelbaar te handelen. Ik zorg ervoor dat het in de klas een veilige situatie is, want dat vind ik belangrijk. Ik ben nu bezig met het leren van traumasensitief onderwijs aanbieden en dit is ook een cursus die we als gehele school volgen.
Je toont aan dat je een moreel dilemma kunt herkennen en hoe jij jezelf gefundeerd vanuit een ethische positie positioneert.
Ik heb geleerd om morele vraagstukken binnen de onderwijspraktijk te herkennen en hier op een bewuste en onderbouwde manier mee om te gaan. Een belangrijk voorbeeld hiervan was het uitvoeren van een moreel beraad op mijn practicumplaats. Het dilemma draaide om een leerling die herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag liet zien. De vraag was of een schorsing noodzakelijk was om de veiligheid en rust binnen de school te waarborgen, of dat een dergelijke maatregel juist niet passend zou zijn vanuit een traumasensitieve benadering.
Tijdens het moreel beraad heb ik ervaren dat een ethisch dilemma vaak geen duidelijke juiste of onjuiste oplossing kent. Verschillende waarden stonden tegenover elkaar. Enerzijds waren er waarden zoals veiligheid, verantwoordelijkheid en duidelijkheid voor de groep. Anderzijds speelden waarden als zorg, begrip, inclusie en het bieden van een veilige omgeving voor een leerling met mogelijke traumaervaringen een belangrijke rol. Door de verschillende perspectieven van collega's te bespreken, werd duidelijk hoe complex dergelijke vraagstukken kunnen zijn.
Het moreel beraad heeft mij geholpen om mijn eigen standpunt beter te onderbouwen. Ik merkte dat ik veel waarde hecht aan het begrijpen van het gedrag van een leerling voordat er een ingrijpende maatregel wordt genomen. Tegelijkertijd realiseerde ik mij dat ook de veiligheid en het welzijn van andere leerlingen en medewerkers meegewogen moeten worden. Hierdoor heb ik geleerd om niet alleen vanuit één waarde of perspectief te redeneren, maar verschillende belangen en waarden met elkaar in verband te brengen.
Je toont aan dat je de waardenoriëntaties in de persoonlijke, professionele en maatschappelijke dimensie (= normatieve (waardenbewuste) professionalisering) onderling kunt verbinden en kunt verbinden met keuzes in de beroepspraktijk.
Ik heb ervaren hoe persoonlijke, professionele en maatschappelijke waarden samenkomen in de beroepspraktijk. Als toekomstig leerkracht wil ik leerlingen ondersteunen en begrip tonen voor hun achtergrond en behoeften. Tegelijkertijd heb ik een professionele verantwoordelijkheid om een veilige leeromgeving voor alle leerlingen te creëren. Het moreel beraad liet zien dat ethisch handelen vraagt om het zorgvuldig afwegen van deze verschillende verantwoordelijkheden en het maken van keuzes die recht doen aan alle betrokkenen.
Je toont aan dat je met voorbeelden en onderbouwd met argumenten kunt uitdrukken wat jouw persoonlijke en professionele bijdrage aan deze complexe en veranderende samenleving is.
Door te werken in het speciaal basisonderwijs in een achterstandswijk draag ik bij aan kansengelijkheid. In mijn zelfportret is ook te zien dat ik dit heel belangrijk vind in mijn professionele bijdrage. Ik help bij het schoolontbijt, zodat alle leerlingen met volle maag de dag kunnen starten. Ook ben ik veel bezig met burgerschapsonderwijs en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen stimuleren.
Je toont aan dat je een politiek-filosofische, kritische visie op de huidige samenleving kunt uitdrukken en daarin onderscheid maakt tussen de rol van professional en burger.
Ik heb een negatieve blik op het systeem van de maatschappij, maar probeer op een zo positief mogelijke manier kinderen te ondersteunen in de integratie in de maatschappij.
Je toont aan dat je met voorbeelden en onderbouwd met argumenten kunt uitdrukken wat jouw persoonlijke en professionele bijdrage aan deze complexe en veranderende samenleving is.
Ik ben mij bewuster geworden van mijn positie binnen de samenleving en de bijdrage die ik als toekomstig leerkracht kan leveren aan maatschappelijke vraagstukken. Op mijn practicumplaats, een speciale basisschool in een kwetsbare wijk met veel verschillende culturen en achtergronden, ervaar ik dagelijks hoe complex en divers onze samenleving is. De leerlingen brengen allemaal hun eigen ervaringen, normen, waarden, thuissituaties en culturele perspectieven mee naar school. Dit vraagt van mij een open houding, culturele sensitiviteit en het vermogen om verbinding te maken tussen verschillende leefwerelden.
Door mijn werk op deze school zie ik hoe factoren zoals kansenongelijkheid, armoede, taalverschillen en culturele diversiteit invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van leerlingen. Tegelijkertijd zie ik ook hoeveel kracht, talent en veerkracht leerlingen en hun gezinnen bezitten. Ik vind het belangrijk om als leerkracht een veilige omgeving te creëren waarin iedere leerling zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelt. Op die manier draag ik bij aan gelijke kansen en aan de ontwikkeling van leerlingen tot betrokken burgers in een diverse samenleving.
Gedurende de minor heb ik geleerd om kritisch naar maatschappelijke vraagstukken te kijken en deze te verbinden aan mijn professionele handelen. Ik ben mij ervan bewust geworden dat onderwijs niet losstaat van maatschappelijke ontwikkelingen. Thema's zoals inclusie, diversiteit, kansengelijkheid en burgerschap spelen een belangrijke rol binnen het onderwijs en vragen om bewuste keuzes van professionals. Als leerkracht heb ik de verantwoordelijkheid om leerlingen te begeleiden in het omgaan met verschillen en hen te leren respectvol samen te leven met mensen die anders denken of leven dan zijzelf.
Je toont aan dat je een politiek-filosofische, kritische visie op de huidige samenleving kunt uitdrukken en daarin onderscheid maakt tussen de rol van professional en burger.
Ik heb geleerd onderscheid te maken tussen mijn rol als burger en mijn rol als professional. Als burger mag ik persoonlijke opvattingen hebben over maatschappelijke en politieke vraagstukken. Als professional is het echter belangrijk dat ik ruimte bied aan verschillende perspectieven en een veilige omgeving creëer waarin leerlingen hun eigen mening kunnen vormen. Ik zie het als mijn taak om leerlingen kritisch te leren denken, zonder mijn eigen overtuigingen centraal te stellen.
Origineel document